Tijdens een van de vastenmeditaties werd het volgende gedicht van Etty Hillesum voorgedragen:
“Binnen in me zit een hele diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Vaak ligt er stenen en gruis voor de put. Dan is God begraven. Als ik dan mijn hoofd in mijn handen verberg, ervaar ik dat God binnen in mij is. En dan zeg ik: ruim het puin uit je leven en dan komt God weer tevoorschijn.”
Nu, in de maand mei – de maand van Maria – en in de aanloop naar Hemelvaart, zien we hoe de natuur tot volle bloei komt. Het is een tijd van licht, kleur en groei. Maar juist wanneer alles om ons heen zo uitbundig leeft, kan het geloof in ons eigen leven stil en verborgen aanvoelen.
We bidden, we zoeken, maar ervaren niet altijd de warmte van Gods aanwezigheid. We kijken in de spiegel van ons leven en zien onze beperkingen, onze twijfels, of de onrust van de wereld.
We leven in een wereld die vraagt om grootsheid, om zichtbare resultaten en spectaculaire tekenen. Als we bidden of hopen op een teken, verwachten we soms een donderslag bij heldere hemel. Maar hoe vaak voelt het leven niet juist stil, leeg of verwarrend?
In die stilte – wanneer God of hoop ver weg lijkt – kan de werkelijkheid anders zijn dan wij denken.
De meest wezenlijke aanwezigheid is niet altijd de luidste. De stille kracht is vaak het fundament. Denk aan de zuurstof die je inademt: je ziet haar niet, je staat er nauwelijks bij stil, maar zij is er en houdt je in leven. Zo is er ook een diepere, onzichtbare aanwezigheid die met ons meegaat, juist wanneer wij zelf de weg niet zien.
Het is een misvatting te denken dat het Goddelijke zich alleen openbaart in grote momenten. Liefde en troost liggen vaak verborgen in kleine gebaren: een blik, een luisterend oor, een onverwacht bericht. Het zijn de kleine daden van naastenliefde die een groot verschil maken.
God laat zich ervaren in het alledaagse: in het proeven van voedsel, in de warmte van de zon, in de zorg voor elkaar, in het eenvoudig samen zijn.
Wanneer we in deze maand naar Maria kijken, zien we geen vrouw die alles begreep of overzag. Maria leefde vanuit vertrouwen, midden in het onzichtbare.
Zij leert ons dat geloof niet in de eerste plaats gaat over zien of voelen, maar over vertrouwen. Haar woorden – “Mij geschiede naar uw woord” – zijn een overgave aan wat nog niet zichtbaar is.
“Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote” (Lucas 16,10). Deze woorden nodigen ons uit om niet te wachten op het grootse, maar de waarde te zien van het kleine: de stille trouw, de dagelijkse inzet, het volharden in liefde, ook als niemand het ziet.
In onze katholieke traditie kennen we vele zichtbare tekens: beelden, kaarsen, de Eucharistie. Maar deze verwijzen steeds naar een diepere werkelijkheid: de verrezen Christus, die niet gebonden is aan tijd of plaats, en toch aanwezig is.
Gods aanwezigheid is als de adem die wij in ons opnemen: onzichtbaar, en toch onmisbaar.
Hoe vinden wij die aanwezigheid, wanneer wij haar niet ervaren? Misschien juist door haar zichtbaar te maken in ons eigen leven. In onze daden van liefde, in de manier waarop wij de ander tegemoet treden.
Maria herkende God in een kwetsbaar kind, niet in macht of uiterlijk vertoon. Zo mogen ook wij leren zoeken naar God in het kleine en het stille.
Aanwezigheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid. Zoals wortels, verborgen in de aarde, een boom voeden, zo voedt de onzichtbare aanwezigheid van hoop en liefde ons leven.
Kijk naar het kleine – en ontdek dat het wezenlijke er al is.
Door Miranda Korting
Samen Kerk-Hilvarenbeek
NL90 RABO 0172 6648 37
KVK: 99987333
RSIN: 869215711