In 1993 – al lang geleden dus - zong Ruth Jacott het lied Vrede op het Eurovisie Sonsfestival. De tekst van de coupletten is niet zo geweldig maar het refrein wel.
We bouwen huizen om orkanen te weerstaan en maken schepen om in elke storm te varen er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan het wil alleen nog niet zo lukken om de vrede te bewaren
Waarom lukt het niet met de vrede, de grote wereldvrede, maar ook de vrede dicht bij huis? Waarom lukt het niet met de vrede, als het niet aan u of mij ligt? Ligt het dan altijd aan de anderen? Dat is een hele verleidelijke gedachte. Het zijn altijd de anderen, de mensen met kwaad in de zin, grote machthebbers van deze wereld die nergens om geven dan alleen hun eigen voordeel en gewin. Het zijn altijd anderen. Iedereen begrijpt wel, dat dit veel te eenvoudig is.
Waarom lukt het niet, de vrede te bewaren? Sterker nog, waarom lukt het niet vrede te stichten?
Dat is een hele algemene vraag waar je allerlei antwoorden op kunt geven. Bijvoorbeeld dat de wereld zo niet in elkaar steekt. Het is van alle tijden. De ene mens is voor de andere een rivaal. Denk maar aan Kaïn en Abel. Mensen streven naar macht en dat gaat niet zonder geweld. Mensen betwisten elkaar de grond, de natuurlijke bronnen van de welvaart, ze ruziën over invloed en macht. En macht is het vermogen om de handelingsalternatieven van de ander te beperken. Wie de macht heeft, legt zijn wil op. Een maand geleden keek ik met zeer grote verwondering en afschuw naar het programma zomergasten. Een hoogleraar die genocide onderzocht liet vele beelden zien van wat mensen elkaar aandoen en wat hen overkomt. In een van de fragmenten die hij liet zien zag je hoe een man die eerst zelf gemarteld werd later anderen martelde. Er was een fragment waarin een mens een ander neerschoot terwijl deze in een kuil moest springen. Ik heb werkelijk met verbijstering en ongeloof zitten kijken. Meestal zet ik de tv bij zoiets uit maar dit was zo onbegrijpelijk dat ik ben blijven kijken en enkele dagen daarna nog eens terug heb gekeken. Want het was bijna niet te bevatten hoe mensen soms zijn.
Strijd en rivaliteit. Dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. Wereldvrede daar kun je eigenlijk wel een vraagteken achter zetten.
Dit is een heel algemeen antwoord waar best wat op af te dingen is. Want – gelukkig – kunnen mensen ook anders. Ze kunnen ook samenwerken, in vrede met elkaar leven, elkaar de ruimte gunnen en de ruimte geven. Het kan. Beseffen we wel voldoende dat de situatie waarin wij in ons werelddeel leven sinds ’45 in het licht van de geschiedenis uitzonderlijk is? Ik heb en vele anderen hier hebben nooit oorlog gekend en dat is een zegen besef ik steeds meer nu de wereldleiders zo onvoorspelbaar worden. Een optimist zal zeggen, dat de mensheid zich in de goede richting ontwikkelt. Want er zijn nu internationale instituties en er is zoiets als het internationale recht. Dictators kunnen niet zomaar ongestraft hun gang gaan. De wereld kijkt toe en grijpt in, als het kan. Maar…..dat kan maar mondjesmaat.
Dus beide algemene, antwoorden hebben hun waarheidsmoment. In haar boek Compassie schrijft religiewetenschapper Karen Armstrong over die beide, menselijke vermogens. Ze schrijft: “We hebben een natuurlijk vermogen voor zowel compassie als wreedheid. We kunnen de nadruk leggen op die aspecten in onze tradities – religieus of seculier –tradities die spreken van haat, uitsluiting en achterdocht, óf we kunnen de aspecten ontwikkelen die de nadruk leggen op de onderlinge afhankelijkheid en de gelijkheid van alle mensen. De keus is aan ons.” (Karen Armstrong, Compassie, 2011, p. 30).
In alle eenvoud spreekt mij dit aan. De keus is aan mij aan U, aan ons. We kunnen het over de grote wereldpolitiek hebben maar uiteindelijk kom je bij het thema vrede altijd weer bij je zelf uit. De keus is aan ons. Wat doe jij? Wat doe ik?
Wat nodig is om werkelijk de vrede te bewaren, de vrede te stichten en de vrede te bevorderen, is iets dat meer is dan het gewone, iets dat uitgaat boven het voor de hand liggende. En daarom is het moeilijker dan je denkt. Daarom is het ook iets meer dan alleen maar van goede wil zijn. Vrede is iets wat uiteindelijk boven onze macht gaat. Wat wij niet maken, maar wat ons geschonken moet worden.
Daarom zeg ik liever Stel, voor zover het in je macht ligt, alles in het werk om met mensen in vrede te leven. Zo wordt onze opdracht, onze
keuzemogelijkheid en de beperking en de begrenzing daarvan een reëel. Wij moeten er al het onze aan doen om de vrede te zoeken. Dat begint al in de kleinste kringen waarin we leven, het gezin, de familie, de buurt. Het begint misschien al daarvoor, de vrede met jezelf. In ieder mens is een ruimte waar het goede zaad kan ontkiemen. We hoorden het in de tekst van Etty Hillesum.
Het programma zomergasten waar ik over vertelde liet op het einde ook een ontroerend beeld zien. Twee vriendinnen hadden elkaar door de oorlog van beide landen tegen elkaar niet meer kunnen bereiken. Er was in hun hoofd haat over de oorlog binnen gekomen. Toen er vrede kwam trouwde een van de vriendinnen. Ze nodigde de ander uit. Deze vond het moeilijk om in een groot gezelschap van de tegenstander te komen bij het bruiloftsfeest. Daarom hadden ze een weekend samen afgesproken. Je zag de afspraak en hoe blij zij waren met de ontmoeting.
Vrede en werken aan vrede, begint met vertrouwen. Vertrouwen op God, op jezelf, op de ander – dat het kan-, in vrede leven met elkaar. De zaligsprekingen die we als evangelietekst lazen zijn een belofte, een visioen van een rechtvaardige wereld. Het zijn bemoedigende woorden over vrede en rechtvaardigheid ook al zien we onrecht en conflicten om ons heen. Zalig de vredestichters gaat dus over ons. Het is niet alleen een taak maar ook een bestemming. Wij zijn kinderen van God en daarom geroepen om vrede te brengen.
Door Dr. Rieke Mes