Overweging  4-4-1985 Op zijn Paasbest leven

Er is een boekje dat heet: “Als de bomen spreken met elkaar”; en ergens in dat boekje staat een gesprek tussen een grote oudere boom en een nog jong klein boompje; het kleine boompje is ontevreden en verdrietig, omdat het maar een boom is… Dan begint de oude boom te vertellen en zegt: “Jij bent nog te jong en je kent het bomenleven nog niet zo goed, maar er is niets zo boeiend als het leven van een boom; je zult van de ene verbazing in de andere vallen over jezelf, want wij bomen zijn onvoorspelbaar: overal waar je het niet verwacht beginnen nieuwe takken te groeien; elk jaar weer opnieuw. En die takken groeien uit tot geweldige armen in alle mogelijke vormen, in allerlei kleuren van groen en bruin en uit de armen springen weer nieuwe takken tevoorschijn en die klimmen steeds hoger naar boven… een explosie van kracht en leven… je zult verbaasd staan over jezelf…”


In de film “The Son of Men” zit een man met zijn vrienden onder een geweldige grote boom en dan zegt die man tegen zijn vrienden, wijzend op die boom: “Kijk eens wat een stuk leven; (en tegen die boom) het ergste wat ze jou kunnen aandoen is je omhakken en een kruis van je maken, waaraan mensen opgehangen worden om te sterven…, tot kruis gemaakt worden is er niets meer aan te beleven, niets meer van te verwachten.”


Mensen kunnen niet alleen van bomen, maar ook van elkaar dode kruisen maken: niets meer aan te beleven, niets meer van te verwachten.

En dat komt dan omdat we elkaar vaak allerlei grenzen opleggen, omdat we elkaar nogal eens vastspijkeren op: zo-ben-jij-nu-eenmaal of: dat-kun-jij-toch-niet of, omdat we onszelf vastspijkeren aan: zo-ben-ik-nou-een-keer en dat-is-voor-mij-niet-haalbaar… En daarmee verklaren we onszelf en anderen eigenlijk dood, maken we van levende bomen dode kruisen, rollen we stenen op elkaars hart.


Er ligt een steen op het hart van heel veel mensen: ze zitten ergens mee en ze zouden er wel met iemand over willen praten, maar ze durven niet; ze praten wel, maar niet over wat hen echt dwars zit; ze denken: als ik dat zeg sta ik voor schut, wat zullen ze wel niet van me denken. Ze zeggen de dingen precies andersom dan ze bedoelen.

Ze zeggen: ik kan het best alleen en heb niemand nodig, maar ze bedoelen: ik kan het niet alleen aan, ik heb echt iemand nodig; ze trekken een dodelijke grens en dekken hun hart toe met een steen.


Het typische van Jezus van Nazareth is dat hij steeds grenzen verlegt en stenen wegrolt van een mensenhart… Hij legt mensen uit dat ze opnieuw geboren kunnen worden, en elk jaar met Pasen brengen wij dat elkaar in herinnering: mens, je kunt opnieuw geboren worden, de steen die op je hart ligt kan weg, je hoeft geen kruis te zijn, je bent een levende boom…!


Niet alleen onszelf maar ook anderen leggen wij grenzen op, rollen wij stenen op het hart; hoe dan? Zo bijvoorbeeld:

In een gezin sterft een man of een vrouw; degene die achterblijft heeft verdriet, maar verdriet slijt en na een jaar zegt zo iemand die achterblijft: ik wil weer opnieuw gaan leven, ik zoek weer iemand; maar de buurt en zogenaamde vrienden denken: dat mag niet, het is nog te kort geleden, die heeft vast niet genoeg van de eerste gehouden…

Dat is iemand stenen op het hart leggen.

Of er is ruzie; iemand heeft een keer te veel of te weinig gezegd; die iemand wil het goedmaken, opnieuw beginnen; maar de andere partij zegt: er valt niks goed te maken; het is met jou toch steeds hetzelfde, ik ken dat wel van jou. Dat is iemand stenen op het hart leggen…


Het typische van Jezus van Nazareth is dat Hij niemand stenen op het hart legt, Hij neemt ze juist weg; Hij is van niemand vies en voor niemand te goed. Hij verlegt de grenzen als Hij vriendschap aanknoopt met officieren van het leger, met belastingambtenaren en goedkope vrouwen van de straat, bedelaars, weduwen, woekeraars, schurken, rijken…


Een dag of wat na zijn dood gingen een paar vrouwen naar zijn graf; daar zagen ze dat de steen was weggerold: een man die zijn leven lang de grenzen in en tussen mensen verlegde en stenen wegrolde van hun hart, zo’n man is niet te begrenzen of onder een steen te bedelven.

Iemand die zo hartgrondig van mensen heeft gehouden en in het leven geloofde, zo iemand kan niet sterven en moet wel haast de laatste grens doorbroken hebben, de zwaarste steen hebben weggerold, de dood hebben uitgelachen.


Dit paasgeloof vertellen mensen elkaar het beste door als zij voor elkaar de stenen wegrollen van hun hart, als ze – telkens zelf opgestaan – elkaar laten verrijzen en het leven gunnen…

Dat is op zijn paasbest leven!


C. Remmers, pastoor

Preek uit de Hilverbode van 4 april 1985