Overweging Oecumenische viering 25-1-2026

Korinthe was als havenstad, ’n verzamelplaats van mensen uit allerlei streken. In deze stad leefden ook zoekende gelovigen van verschillende komaf. Te midden van hen legde Paulus er het fundament van ‘n jonge kerk. Toch ontstond er verdeeldheid en onderlinge onenigheid. De één zegt: ik ben een aanhanger van Paulus; ’n ander van die en die, en weer ’n ander staat pal achter… Dat doet hem pijn; verdeeldheid past hem niet. Ze dienen immers allen één te zijn: één van Christus, zegt hij. En die ene Christus staat boven ons allen; Hij wil mensen niet verdelen, maar juist samenbrengen in ’n eenheid in verscheidenheid, en heeft ’n hekel aan grenzen die mensen gewild of ongewild opdelen en opzetten tegen elkaar…

 

Over Jezus lezen we vandaag dat Hij Nazareth laat voor wat het is. Hij gaat wonen in de streek waar maar weinig gelovige joden wonen bij – zoals dat genoemd werd - ’n volk van niks. Hij gaat over de grenzen die andere trekken heen, zoekt zijn eerste medewerkers niet onder de bollebozen, maar onder gewoon volk. Vissers spreekt hij aan en zégt, dat Hij hen vissers van mensen wil maken, met als eersten Simon en Andreas. Als twée totaal verschíllende mensen gaan ze aan de slag…

 

Historisch gezien eigenlijk heel onwaarschijnlijk…: Die vissers, ruwe bonken, zonder scholing, laten zich niet zomáar van hun à propos brengen, van hun netten wegroepen. Ze zijn veel te nuchter om zomáar achter zo’n enigszins vreemde snuiter aan te lopen. Tóch gebeurt dat in het verhaal. Wellicht waren ze zo onder de indruk van zijn woorden, dat ze de gok waagden met hem in zee te gaan ‘n onzekere toekomst tegemoet. Geen liefde op het eerste gezicht. Wellicht voelen ze zich op een of andere manier aangesproken door zijn boodschap en manier van doen. Of ze helemaal begrepen hebben waar het Hem om ging, dat is nog maar de vraag; verder lezend blijkt dat ze er eigenlijk niet veel van snapten.

 

In wat we vandaag lazen geeft Jezus terloops aan waar het hém in het leven om gáát, met woorden en ’n gevoel die zij blijkbaar verstaan: vissers van mensen worden. Daarbij moeten ze echt niet denken aan zieltjes winnen. Het gaat om mensen opvissen, écht mens-zijn naar boven halen, er zijn voor wie dreigen te verzuipen in een zee van ziekte, frustratie en narigheid. Het gaat om het leed verzachten van hen die dreigen te vergaan in de woelige zee waarin hun leven terecht is gekomen, mensen oppikken die schipbreuk geleden hebben in de samenleving; hen nieuwe kansen geven op ‘n waardig bestaan. Zijn boodschap is gericht op het redden van wat er in het leven fout gaat. Hij roept medemensen op datzelfde te gaan doen…: pure medemenselijkheid, niks van ’n andere orde! We worden aangesproken op ons méns-zijn…

 

Die vissers waren tóen zíjn medewerkers, wíj zijn het vandaag. Van welke gemeenschap we ook zijn, ook wíj worden geroepen als mens!

We vinden het best ’n mooie gedachte; maar onze netten, onze dagelijkse beslommeringen en zekerheden daarvoor zomaar achterlaten is ’n ander verhaal. Durven wij net als zij toen de keuze te maken: uit ons bootje stappen, nieuwe onbekende wegen gaan, of toch liever: blijven zitten waar ik zit…

De meeste van ons proberen hun roeping zo goed mogelijk waar te maken in hun leven, in hun omgang met mensen naast hen. Toch blijken mensen vaak ook allerlei redenen te hebben de boot wat af te houden, soms terecht, vaker onterecht: “Ik zou wel eens naar hem of haar toe willen gaan, maar ik denk niet dat ik gelegen kom.” “Ik zou daar en daar wel iets aan willen geven, maar ik betwijfel of het wel goed terecht komt.” “Ik wil best wat doen, maar niet alleen, anderen moeten maar eerst gaan”, of “Nu nog niet, dat komt later wel.”… Van uitstel komt vaak afstel…

 

“Er is allerlei werk” – aldus Paulus – “maar slechts Eén die alles in allen tot stand brengt. In ieder van ons openbaart zich de Geest tot welzijn van allen. De Geest geeft de een wijsheid, ‘n ander kennis, ‘n derde geloof.

Weer anderen is het gegeven ziekten te genezen, wonderen te doen...”

 

Laten we “in zijn Geest hier samen” doen wat we biddend en zingend hier en nu vieren…, en echte éenheid ontstaat daar waar we elkáar erkennen als broeders en zusters in Christus, elkaar niet uitsluiten maar juist verwelkomen… Van harte oog en oor zijn voor de ander, met de hulp van Zijn Geest… Laten we dat koesteren…

 

Door Pastor Gust Jansen